De twee grootste financiële planningskeurmerken FFP en CFP samen?

De FFP en de Financial Planning Standard Board Nederland (FPSB Nederland) hebben de wens uitgesproken om verdergaande samenwerking te onderzoeken. Hiervoor is een intentieverklaring ondertekend door de twee partijen. Met deze voorgenomen samenwerking kan op termijn een grote wens van de FFP worden gerealiseerd, namelijk het creëren van één (beroeps)organisatie die een thuis biedt aan alle financieel planners in Nederland.

De beoogde samenwerking geeft de leden nog meer dan voorheen een kennisvoorsprong. De FFP krijgt toegang tot het wereldwijde netwerk van de Financial Planning Standards Board (FPSB Ltd.). Hierbij zijn zo’n 27 internationale beroepsorganisaties met bijna 200.000 financieel planners aangesloten. Kennisdeling en internationale (lees: Europese) belangenbehartiging van de financieel planners zijn belangrijke speerpunten.

De FPSB is ook de certificerende instantie van de titel Certified Financial Planner (CFP®). FFP en CFP® zijn op dit moment nog twee aparte titels. Uit het onderzoek dat is gedaan blijkt dat de vakbekwaamheidseisen van beide registers vergelijkbaar zijn. Dat zou kunnen leiden tot harmonisatie van de titels. Hierdoor zou er straks – conform de wens van het FFP-bestuur – nog maar één kwaliteitskeurmerk van financieel planners zijn. En dat is in het voordeel van de consumenten én van de FFP-leden. Bron http://www.ffp.nl.

GROTE WIJZIGINGEN VERWACHT VOOR DE DGA MET PENSIOEN IN EIGEN BEHEER

De komende maanden wordt de brief van de staatssecretaris van Financiën Wiebes verwacht over zijn verdere plannen met het pensioen in eigen beheer van de directeur groot aandeelhouder (DGA).

Redenen voor de wijziging

Na alle verlagingen van de pensioenopbouw in 2014 en 2015 wordt het pensioen in eigen beheer waarschijnlijk verder aangepakt. Reden hiervoor is het steeds grotere beslag van de pensioentoezegging op het vermogen in de BV en de onmogelijkheid voor veel BV’s om nog dividend uit te keren aan de DGA. De hoogte van de pensioenvoorziening blokkeert al het vermogen van de BV. Dit helpt de economie niet. Verder is een reden dat de belastingdienst in de afwikkeling van de pensioenregeling nog wel eens naast het net vist. DGA heeft alle jaren belastingvoordeel genoten maar eenmaal in de uitkeringsfase is er weinig belastbaar vermogen over.  Daarnaast is in zijn algemeenheid de pensioenregeling door alle wijzigingen van de afgelopen jaren voor alle partijen te ingewikkeld geworden. De uitvoeringskosten worden steeds hoger. Het is zijn doel volledig voorbij geschoten. Jammer.

Verwachte nieuwe systematiek

Nog per 01-01-2016 zouden we, zo zijn de geopperde ideeën althans, nog naar een systeem toe gaan waarbij de DGA de keuze krijgt om zijn fiscale pensioenvoorziening om te zetten naar een Oudedags Bestemmings Reserve (OBR). Deze reserve staat op de balans, wordt niet opgerent en kent geen verschil in fiscale en commerciële waarde. De pensioensystematiek, “de toezegging van een jaarlijkse uitkering”, wordt verlaten en er blijft alleen een reserve over die op pensioendatum lineair in bijvoorbeeld 15 tot 20 jaar zal vrijvallen.

Voorbeeld

Een BV heeft per 01-01-2016 een pensioen opgebouwd van € 20.000,- per jaar uit te keren vanaf pensioendatum en met een fiscale voorziening van  € 150.000,- en met een commerciële waarde van € 450.000,-. Per 01-01-2016 krijgt de DGA de keuze om te gaan naar de OBR. Hij en zijn partner tekenen daarvoor. De BV neemt op de balans € 150.000,- op als OBR in plaats van als pensioenvoorziening eigen beheer. Deze € 150.000,- wordt verder niet opgerent.

De DGA krijgt waarschijnlijk wel de mogelijkheid om een bepaald percentage van zijn salaris (15%?) jaarlijks toe te voegen aan de OBR. Stel dat deze DGA dat niet doet, dan staat er op pensioendatum nog steeds € 150.000,-. Deze laat hij in 15(?) jaar vrijvallen. Dus jaarlijks keert de BV dan € 10.000,- aan de DGA uit waarover de DGA inkomstenbelasting gaat betalen. Een jaar na pensioendatum bedraagt de voorziening dan nog € 140.000,-.

Tot aan pensioendatum krijgt de DGA, zo is althans het idee, grote vrijheid om te doen en laten met het vermogen van de BV wat hij wil. Bij te weinig middelen op en na pensioendatum om gedurende 15 jaar € 10.000,- uit te keren zal wel een sanctie optreden. Dan is waarschijnlijk de overgebleven reserve ineens belast in de inkomstenbelasting en met revisierente.

Uit het oogpunt van de eenvoud en flexibiliteit kunnen DGA’s naar verwachting goed met het bovenstaande voorstel uit de voeten.

Goedkeuring partner?

Het probleem van deze mogelijkheid zit hem er wellicht nog in dat een fiscale goedkeuring op deze methode nog geen civielrechtelijke goedkeuring tussen partijen met zich meebrengt. Wat als de (ex) partner van de DGA niet zomaar afstand wil doen van het feit dat de BV eigenlijk een grotere pensioenverplichting had aan DGA en ex-partner en de ex partner niet akkoord gaat met de verlaging van de toekomstige uitkeringen. Het ziet ernaar uit dat de DGA dan zijn oude aanspraken in het oude systeem van pensioen in eigen beheer moet handhaven en niet over kan naar het hopelijk beter uitvoerbare systeem van de OBR.  Toekomstige opbouw zal echter naar verwachting niet langer mogelijk zijn.

We wachten vol spanning af.

VASTLEGGEN GEZAMENLIJK GEZAG EN VOOGDIJ SNEL GEREGELD

Wat is ouderlijk gezag en voogdij

Minderjarigen staan onder gezag. Iemand die het gezag heeft over een kind, neemt onder meer de beslissingen over verzorging en opvoeding. Ook mag die persoon het vermogen van het kind beheren en in naam van het kind rechtshandelingen verrichten, zoals een handtekening zetten en een gerechtelijke procedure voeren. Het kan om ouderlijk gezag of voogdij gaan.

  • Ouderlijk gezag

    Het ouderlijk gezag wordt door de ouders uitgeoefend. Beide ouders houden na een scheiding het ouderlijk gezag over hun kinderen.

  • Voogdij

    Voogdij is gezag over een minderjarige dat niet door de ouders wordt uitgeoefend. De voogd neemt het recht en de plicht om voor een kind te zorgen over van de ouder(s). Bijvoorbeeld bij overlijden van de ouders.

Bron: http://www.rijksoverheid.nl

Aantekening gezag na overlijden

De wet biedt ouders de mogelijkheid om te bepalen wie na hun overlijden als voogd het gezag over hun kind(eren) kan verkrijgen. Dat kan in een testament bij de notaris worden vastgelegd of in het gezagsregister worden geregistreerd.

Dat kan tegenwoordig via de site van het loket van de rechtspraak. https://loket.rechtspraak.nl

U logt in met DigiD. U hebt uw burgerservicenummer (BSN) nodig bij het invullen van het formulier. Na het verzoek tot registratie wordt uw aanvraag verwerkt. U ontvangt binnen twee weken per post een uittreksel uit het gezagsregister inzake uw aanvraag tot registratie van een gezagsvoorziening na overlijden.

Aanvragen gezamenlijk gezag

Dat kan tegenwoordig via de site van het loket van de rechtspraak https://loket.rechtspraak.nl

Via dit formulier kunt u samen met de andere ouder eenvoudig het gezamenlijk gezag over uw kind digitaal aanvragen. Beide ouders loggen in met hun DigiD. U hebt het Burgerservicenummer (BSN) van uw kind nodig bij het invullen van het formulier. Na het invullen van het formulier wordt uw aanvraag verwerkt. U ontvangt binnen twee weken per post een uittreksel uit het Gezagregister inzake uw aanvraag tot gezamenlijk gezag op het adres waar het kind staat ingeschreven.

bron: het digitale loket Rechtspraak

Hoe te beleggen

Open deuren over beleggen

Ik geloof dat het nemen van risico op de lange termijn hogere rendementen oplevert. Aan beleggingen kleven risico’s. Er zijn heel veel soorten beleggingen. Veel voorkomende zijn aandelen en (staats)obligaties. Sommige beleggingen kennen een hoog risico en andere beleggingen kennen een laag risico. Deze risico’s veranderen met de tijd. Risico’s die niet voor iedereen of voor iedere situatie geschikt zijn. Ik geloof dat het aanhouden van een beleggingsportefeuille voor sommige situaties passend is. Voor andere situaties is het passend om het vermogen op een spaarrekening te houden. Het begint bij het kennen van de persoonlijke situatie van degene die wil beleggen.

Een financieel plan zou altijd het uitgangspunt moeten zijn

Aan ieder beleggingsadvies zou een financieel plan vooraf moeten gaan waarin de financiële situatie in kaart wordt gebracht en besproken, waarbij wensen in de tijd worden uitgezet en waarbij wordt bekeken in hoeverre beleggingen nodig en passend zijn.

Actief of passief beleggingsadvies?

De toegevoegde waarde van een beleggingsadviseur die adviseert op basis van “timing” en “selectie” zie ik niet. Die adviezen geeft in de vorm van : ”Koop nu Aegon of verkoop nu Unilever”. Deze beleggingsadviseur gaat actief op zoek naar de “koopjes” in de markt. Dit wordt actief beleggingsadvies genoemd. De kosten van dit advies wegen in de praktijk gemiddeld niet op tegen de baten. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) zegt hierover in haar Leidraad actief en passief beleggen in het belang van de klant:  “wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het voor een individueel actief fonds zeer moeilijk is om op middellange en lange termijn steeds positieve buitengewone rendementen te behalen”. Uit onderzoek blijkt dat het advies in 50% van de gevallen goed uitpakt en in 50% van de gevallen niet. Per saldo dus geen toegevoegde waarde, want een munt opgooien kunnen we allemaal. Maar er  wordt daar bij actief beleggingsadvies wel extra voor betaald.  Een actieve fondsmanager zal veel handelen en die handelingen brengen kosten met zich mee. Kosten die niet altijd worden terugverdiend. Gemiddeld zijn de kosten van een actief fonds 3 tot 4 x zo hoog dan voor een passief fonds. Passief (0,2 tot 0,3% per jaar) en actief (0,8 tot 1,2% per jaar).

Passief spreiden met indexfondsen onder begeleiding van een  financieel planner

Zoek een financieel planner die adviseert en bemiddelt in beleggingen met een passieve strategie. De planner die gebruik maakt van professionele software die hem in staat stelt beleggingen nauwkeurig te volgen en relaties kan informeren over al dan niet behalen van de doelen. Zodoende kan hij geïnformeerd adviseren over de nieuwe noodzakelijke aanpassingen van de beleggingsportefeuille en zo nodig het financiële plan.

Bij een passieve strategie worden zoveel mogelijk de totale markten gevolgd. Er wordt een portefeuille samengesteld die zo nauwkeurig mogelijk het rendement van de diverse opgenomen indexen in de portefeuille volgt met indexfondsen en eventueel indextrackers. Een graadmeter voor de Nederlandse markt is bijvoorbeeld de AEX index. De AEX index vertegenwoordigt een gewogen gemiddelde aandelenprijs van de 25 grootste bedrijven in NL. Er kan worden belegd op de AEX index. Dat wil zeggen dat wordt belegd met hetzelfde risico en rendement alsof aandelen worden aangehouden van alle 25 grote bedrijven aandelen hebt. Er is veel voor te zeggen om  te  beleggen op indexen en zo  beleggingsadvies- en behandelkosten laag te houden en risico’s te spreiden.

Spreiding van beleggingen is heel belangrijk. De meeste problemen bij beleggingen ontstaan door slecht gespreide beleggingsportefeuilles. Er wordt alleen in Ahold belegd en toevallig gaat Ahold failliet. Dan is de hele belegging waardeloos geworden. Maar wordt er belegd in 1000 bedrijven dan is het niet zo erg als één bedrijf failliet gaat. Dat vertegenwoordigd maar 1 / 1000 ste van de portefeuille = 0,1%. Door te beleggen op verschillende indexen van diverse landen worden risico’s ook gespreid. Om een goede spreiding te realiseren kunnen diverse categorieën/indexen vanuit de hele wereld worden samenvoegd in een portefeuille zoals: aandelen wereld, aandelen Europa, aandelen Noord Amerika (US), aandelen Japan, aandelen Opkomende Markten, aandelen Pacific (ex Japan), indirect onroerend goed Europa, high yield obligaties, hedge funds, staatsobligaties Europa, staatsobligaties Europa inflatie gecorrigeerd, bedrijfsobligaties Europa.

Een goede beleggingsadviseur neemt periodiek contact op om een afspraak te maken om te bekijken of het nodig is om de portefeuille aan te passen. Om de portefeuille weer in lijn te brengen met het risicoprofiel en het financiële plan. De onderliggende mix van hoog en laag risicobeleggingen zal gaan verschillen naarmate  de resultaten van de diverse fondsen variëren. Dit kan ervoor zorgen dat de beleggingen niet meer passen bij het profiel. Periodiek moeten de  beleggingen weer in lijn worden gebracht brengen met het hernieuwde profiel en de gestelde doelen. Ook als het profiel niet gewijzigd is zal dit betekenen dat de portefeuille wordt geherbalanceerd. De aanpassingen van de portefeuille zijn daarbij zo klein mogelijk om transactiekosten zoveel mogelijk te vermijden.

Uit onderzoek blijkt dat particulieren door zelf te beleggen het gemiddeld veel slechter (12%) doen dan de markt omdat zij teveel handelen, ongeduldig zijn en emoties laten regeren. Een financieel planner kan dit voorkomen aan de hand van een goed doordacht plan. 

De waarde van de belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde rendementen bieden geen garanties voor de toekomst. Wie geld belegt neemt een financieel risico. Het bedrag dat wordt ingelegd wordt niet volledig belegd. Een deel gaat op aan kosten. Rendementen kunnen hoger, maar ook lager uitvallen dan gemiddeld en zullen meer schommelen naarmate het gekozen beleggingsbeleid risico-voller is.

FINANCIËLE PLANNING VOOR EEN STARTER

Een fictief voorbeeld van een startende ondernemer die het advies van een onafhankelijk financieel planner goed kon gebruiken.

Richard (35), gehuwd en twee kinderen, werkt in loondienst bij een reclamebureau en begint voor zichzelf als reclamemaker. Een aantal opdrachtgevers heeft hij al aan zich weten te binden. Hij is hoofdkostwinner en wil daarom zijn financiële zaken goed op orde hebben. Hij weet dat de belangrijkste zaak bij de start van je onderneming je financiën zijn. Hij maakt meteen een vrijblijvende afspraak met een onafhankelijk financieel planner en daarop volgen nog twee afspraken. Hieronder een overzicht van een aantal belangrijke zaken die aan de orde zijn gekomen.

Over de ondernemingsvorm

Omdat voor Richard nog niet geheel duidelijk is in welke ondernemingsvorm Richard wil starten, vraagt hij hierover advies. De planner informeert Richard over de ondernemingvormen. Hierbij kijken ze onder andere naar aansprakelijkheidsrisico’s, kosten en belastingen. Vanwege de laatste twee genoemde punten adviseert de financieel planner met een eenmanszaak te beginnen. Door alle fiscale aftrekposten en de verwachte privé opnamen komt deze ondernemingsvorm belastingtechnisch en financieel naar verwachting behoorlijk voordeliger uit. Het grotere aansprakelijkheidsrisico ten opzichte van bijvoorbeeld de besloten vennootschap (BV) is in dit geval acceptabel en te beperken door de juiste aansprakelijkheidsverzekering. Richard gaat langs de Kamer van Koophandel en laat zich inschrijven als eenmanszaak.

Belastingen

Richard heeft zijn financieel planner verteld dat hij verwacht meerder opdrachtgevers te gaan krijgen. Daarom heeft de financieel planner aangegeven dat het aanvragen van een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) bij de belastingdienst in eerste instantie niet nodig is. De financieel planner adviseert Richard een goede boekhouder in de arm te nemen. Ook geeft de financieel planner een indicatie van het bedrag wat maandelijks zal moeten worden gereserveerd ter dekking van de inkomstenbelasting bij de door Richard verwachte winst uit onderneming.

Financiering van de onderneming

De oom van Richard heeft aangeboden hem financieel te willen helpen met de start in de vorm van een lening. Richard vraagt de planner of dit verstandig is. De planner vertelt Richard dat er fiscale voordelen kleven aan het verstrekken van een lening aan een startende ondernemer. Omdat Richard ruim voldoende spaargeld heeft en deze  lening  een zakelijke rente moet hebben, adviseer hij Richard om de lening van zijn oom achter de hand te houden. Zo bespaart hij zich de rente van de lening. Wel attendeert de planner Richard op het feit dat hij zijn spaarloonsaldo mag deblokkeren binnen 6 maanden na het starten van zijn onderneming. Dit doet Richard dan ook.

Beginnen met pensioen?

Richard vraagt zich af wat hij met zijn pensioen moet doen. Zijn financieel planner wijst hem allereerst op de mogelijkheid om zijn pensioen, wat hij in loondienst had, gedurende 3 jaar voort te zetten. Samen met Richard bekijkt hij deze mogelijkheid en geeft hij vervolgens advies over de afweging om zelf pensioen op te gaan bouwen (op een lijfrenterekening) of om gedurende 3 jaar zijn oude pensioenregeling voor te zetten. Belangrijke afwegingen daarbij zijn de opbrengsten, de garantiemogelijkheden, de indexatie van de pensioenregeling en het gegeven dat de oude pensioenuitvoerder geen nieuwe gezondheidsvragen zal stellen. Omdat Richard een goede gezondheid heeft en de lijfrenterekening betere financiële uitkomsten laat zien, kiest Richard er op advies van zijn financieel planner voor om zelf zijn pensioen te gaan opbouwen in de lijfrentesfeer. Omdat het eerste jaar financieel een spannende is, wordt de inleg voor de opbouw van het ouderdomspensioen in het eerste jaar nog beperkt. Wel spreken ze af dat ze binnen het jaar zullen bekijken hoe de onderneming draait en welk bedrag ze zullen inleggen in de pensioenregeling.

Het gezin bij overlijden niet de dupe van het starten van de onderneming

Omdat Richard in gesprek met zijn financieel planner als belangrijke voorwaarde heeft gesteld, dat zijn gezin ook bij zijn overlijden op een fatsoenlijk niveau kan verder leven, brengt de financieel planner het overlijdensscenario in kaart. Samen bepalen ze welk inkomen er precies nodig is in die situatie. Omdat het gezin mede uit twee jonge kinderen bestaat en de vrouw van Richard geen inkomen heeft, is er een tijdelijke volledige Algemene Nabestaanden Wet (ANW) uitkering. Deze uitkering stopt echter op leeftijd 18 van het jongste kind. Ook is deze uitkering niet voldoende om het gezin een voldoende levensstandaard te geven. Zelfs niet rekening houdend met de aflossing van helft van de hypotheekschuld door de uitkering van de aan de hypotheek verbonden overlijdensrisicoverzekering. Nu Richard niet meer in loondienst is, en hij niet meer op nabestaandenpensioen kan rekenen, adviseert de financieel planner om zelf een nabestaandenpensioen te regelen in de vorm van een overlijdensrisicoverzekering. De kosten van € 30,- per maand vallen Richard erg mee. Het geeft hem rust te weten dat bij zijn overlijden er voor het gezin in ieder geval een goede financiële basis geregeld is.

Starten van een onderneming en arbeidsongeschiktheid

De financieel planner informeert bij Richard hoe het staat met zijn gezondheid. Omdat Richard niet meer in loondienst is, verliest hij zijn recht op een sociale zekerheidsuitkering. Bij arbeidsongeschiktheid is er dus geen wettelijke uitkering meer. De financieel planner legt uit dat er wel een regelingen zijn voor starters met een medisch verleden om de lopende WIA verzekering voort te zetten of om gebruik te maken van het WAZ vangnet. Daar moet je dan wel binnen een aantal weken na einde dienstverband  bij zijn.  Omdat Richard een goede gezondheid kent, hoeft Richard hiervan geen gebruik te maken. De financieel planner brengt de situatie bij arbeidsongeschiktheid van Richard in kaart. Hij heeft begrepen dat de vrouw van Richard, met haar kennis en ervaring, in principe in staat zou moeten zijn om weer een behoorlijk inkomen te gaan verdienen.  Toch is een aanvulling hierop, in de vorm van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, wel nodig. Door rekening te houden met het voorziene inkomen van zijn partner blijven de kosten hiervoor beperkt. De financieel planner adviseert over de diverse soorten arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Omdat Richard en zijn vrouw in de loondienstperiode best wel wat hebben kunnen sparen, adviseert de financieel planner het eerste halfjaar risico niet af te dekken. Dit scheelt in premie. Veel verzekeringsmaatschappijen kennen starterskortingen. Zo komt de premie het eerste jaar uit op € 125,- per maand. Een hele investering maar Richard realiseert zich dat dit noodzakelijk is. Hij zal hier in zijn kostprijs en begroting rekening mee moeten houden.

Over de financiële situatie bij toch te weinig  opdrachten

De financieel planner legt Richard uit dat er als zelfstandig ondernemer geen sociale werkloosheidswetuitkering (WW) kan worden aangevraagd. Bij het stoppen van zijn onderneming en geen ander inkomen valt Richard terug in de bijstand. Omdat Richard wel wat spaargeld heeft, adviseert de financieel planner om voor tenminste 6 maanden spaargeld achter de hand te houden. Samen met de financieel planner heeft Richard berekend hoeveel hij maandelijks nodig heeft om van te leven. De uitgaven voor een periode van 6 maanden zet Richard opzij op een spaarrekening. De rest van zijn spaargeld kan Richard in principe gebruiken voor de investering in zijn onderneming. De financieel planner heeft ook nog even de mogelijkheid bekeken of het mogelijk was om een extra krediethypotheek op de woning van Richard aan te gaan. Bij een krediethypotheek heb je steeds de mogelijkheid om geld op te nemen en betaal je pas op het moment dat je geld opneemt. Dit kan soms als vervanging dienen voor niet aanwezig spaargeld en als  back-up dienen voor financieel lastige periodes.  In dit geval is dat niet meer mogelijk, Richard heeft zijn baan al opgezegd en zijn vrouw heeft geen inkomen,  maar door het spaargeld ook niet noodzakelijk. Daarnaast kan hij wellicht in de toekomst nog terugvallen op een lening van zijn oom.

Richard werk vanuit huis. Hij vraagt zich af of dat belastingtechnische gevolgen of gevolgen heeft voor de financiering van zijn huis? 

Zijn planner informeert hem allereerst over de belastingtechnische gevolgen. In Richard’s geval blijft de hele eigen woning privé vermogen. De belastingen inzake het eigendom van de woning blijven hetzelfde als voorheen. De financieel planner informeert Richard ook over de wijze waarop banken naar een hypotheek voor ondernemers kijken. Veel banken werken voor de bepaling van de hoogte van de maximale hypotheek met de gemiddelde winst over de afgelopen drie jaar. Zeker in de beginfase van de onderneming kan het dus lastig zijn om te verhuizen. Richard heeft geen verhuisplannen. Voor de huidige financiering van zijn woning heeft het verder geen gevolgen. Ook niet op belastinggebied. Richard blijft gewoon zijn huidige woonlasten houden. Dit is een hele geruststelling.

Schadeverzekeringen

Richard heeft van een oud-collega begrepen dat hij uit het ziektekostencollectief van zijn werkgever moet. Zijn financieel planner wijst hem op een goed alternatief bij dezelfde verzekeraar. Hij vertelt Richard dat de belastingdienst hem voor de zorgverzekeringswet een inkomensafhankelijke premie van 4,95% over maximaal              € 33.189,- (cijfers 2010) winst uit onderneming in rekening zal brengen. Ook wijst de planner hem op het hebben van de juiste schadeverzekeringen voor zowel de zakelijke als privé situatie.  Samen nemen ze het lijstje schadeverzekeringen door en bepalen de benodigde dekkingen. Bij de assurantietussenpersoon van Richard wordt verder advies ingewonnen en worden deze verzekeringen aangevraagd.

Tot slot

Al met al zijn alle belangrijke persoonlijke financiële zaken aan de orde geweest. Richard gaat met een gerust gevoel aan de slag met zijn onderneming. Hij kan zich hier nu volledig op focussen. Hij heeft in de financieel planner een vertrouwenspersoon gevonden die hem helpt en adviseert bij de meest uiteenlopende persoonlijke financiële zaken. Doordat Richard’s financieel planner op urenbasis werkt, weet Richard dat hij onafhankelijk advies krijgt. Daarbij realiseert hij zich dat de kosten voor de planner meestal snel weer worden terugverdiend door  belasting-, verzekering- en andere besparingen. Ze spreken met elkaar af elkaar tenminste eenmaal per jaar op de hoogte te houden van nieuwe ontwikkelingen en waarnodig aanpassingen te maken van de plannen.

ONBEKEND MAAKT ONBEMIND – DE FINANCIEEL PLANNER!

Vraag iemand op straat wat een financieel planner doet en het wordt stil. Ondanks het feit dat er door verenigingen van financiële planners wel publieke campagnes worden gevoerd, zijn de functies en de waarde van een financieel planner bij het grote publiek nog onduidelijk.

Er worden steeds meer financieel planners opgeleid, maar er wordt naar mijn beleving nog maar in heel weinig gevallen rechtstreeks om de diensten van een financieel planner gevraagd. In Nederland komt een financieel planner vaak pas in beeld als er behoefte is aan een hypotheek of als ondernemers hun pensioen willen regelen. In Amerika wordt een financieel planner ingeschakeld vanuit het beleggingsadvies.

Nog maar heel mondjesmaat worden financieel planners ingeschakeld vanuit de behoefte aan een integraal financieel plan. Komt dat doordat financiële planning een nog relatief nieuwe beroepsgroep is? Ligt de oorzaak in “onbekend maakt onbemind”? Naar mijn mening is dit nog steeds een van de  belangrijkste oorzaken. Als je namelijk met potentiële relaties aan tafel zit, kan je hen vrij gemakkelijk overtuigen van de waarde van een financieel plan.  Een andere oorzaak is naar mijn mening het gegeven dat bij een financieel plan de kosten vaak voor de baten uitgaan. Een onafhankelijk planner werkt bij voorkeur op urenbasis of voor een vast van te voren overeengekomen bedrag.

Om een bijdrage te leveren aan de beminnelijkheid van de financieel planner hierbij informatie over drie onderwerpen:

  1. Wat doet een financieel planner?
  2. Wat levert het op?
  3. De juiste financieel planner vinden.

Wat doet een financieel planner?

Een financieel planner heeft onder andere de functie van financiële huisarts. Hij doet onderzoek naar uw huidige financiële gezondheid. En de verwachtingen over uw toekomstige financiële gezondheid op basis van uw huidige financiële gedrag. Hij kan een integrale beoordeling geven van uw financiële situatie of een antwoord geven op een hele specifieke financiële vraag. Als hij het idee heeft dat meer specialistische kennis noodzakelijk is zal hij in goed overleg doorverwijzen naar andere deskundigen. Denk hierbij aan vermogensbeheerders,  assurantietussenpersonen, notarissen,  fiscalisten of estateplanners.

Een financieel planner heeft ook de functie van financiële fitnessinstructeur. Hij zet de te bewandelen route uit naar een gezonde financiële situatie (in balans) en meet periodiek de  vooruitgang. Hij bewaakt het noodzakelijke rendement en zorgt voor tijdige aanpassingen van het plan om gewenste doelen te realiseren.

In minder mate beoefent een financieel planner ook de functie van financiële diëtist. Een budgetcoach.  Hij kijkt naar de uitgaven, vergelijkt deze met gemiddelden, stelt normen en probeert waar nodig samen met relatie de uitgaven in toom te houden.

Een aantal financieel planners hebben zich ook de functie van een soort financiële yoga-instructeur  eigen gemaakt (life planners). Hij geeft naast een juiste balans in inkomen en uitgaven nu en straks, ook inzicht in (onder) bewuste gedachten en gedragingen over geld, toont de gevolgen hiervan en geeft zo nodig aan hoe andere gedachten en gedragingen voor positievere gevolgen zullen zorgen.

Meer concreet..

Relaties die  om een compleet integraal financieel plan vragen, willen graag antwoord op de vraag of zij (en/of hun partners) er na pensionering, na overlijden en na arbeidsongeschiktheid levenslang niet al te veel op achteruit gaan. Of hun banksaldo niet eerder op raakt dan zijzelf. Of hun financiële wensen te realiseren zijn en of de huidige financiële keuzes daarvoor de juiste zijn of dat er aanpassingen nodig zijn. Vaak willen zij in de toekomst begeleid worden om hen te helpen hun doelstellingen te realiseren.

Een compleet integraal financieel plan kan deze vragen beantwoorden en hierin worden meestal de volgende zaken betrokken:

Inkomensvoorzieningen: Welke wensen zijn er? Hoe goed is de pensioensituatie? Is er straks voldoende vermogen? Waar bestaat dat uit? Hoe kan het beste pensioen worden opgebouwd? Welke alternatieven zijn er? Zijn er aanvullingen nodig? Hoe is de overlijdens- en arbeidsongeschiktheidssituatie? Zijn er aanvullingen nodig?

Spaar/belegging/risicoverzekeringen: Is er sprake van over- of onderverzekering? Alternatieven voor (te) dure polissen? Passen de beleggingspolissen nog bij het beleggingsprofiel?

Sociale zekerheid : Welke rechten op sociale uitkeringen zijn er bij leven; overlijden; arbeidsongeschiktheid of werkloos worden?  Welke tekorten zijn er? Wat kan zelf worden  geregeld?

Leningen: Wordt niet te veel rente betaald? Is het aflossingsplan juist? Is de kredietvorm juist?

Vermogen: Is er een financiële buffer? Welke vermogensdoelen zijn er? Sparen of beleggen? Waaruit bestaat het bedrijfsvermogen? Structurering van vermogen in privé en in de zaak. Lopen de juiste financiële producten of zijn er betere alternatieven?  Beoordeling van beleggingsfondsen.

Fiscaliteit: Optimalisatie van de fiscale mogelijkheden horend bij de financiële situatie.

Huwelijksvermogens- en erfrecht: Gevolgen van keuzes op gebied van huwelijkse voorwaarden en testamenten en aanbevelingen voor de toekomst. Vermogensoverdracht naar jongere generatie.

Lang niet altijd is een compleet financieel plan nodig. Natuurlijk kan men ook met een beperkte vraag, wens of probleem op één of meerdere deelgebieden bij de  financieel planner terecht. Van een financieel planner mag dan een objectief en onafhankelijk antwoord, advies of oplossing worden verwacht.

Wat levert het op?

Meestal worden de kosten van een financieel plan ruimschoots terugverdiend door huidige en toekomstige besparingen. Dit is echter meestal niet de hoofdreden voor een financieel plan. Een Australische planner vertelde mij eens dat hij voor zijn relaties “SWAN” wilde bereiken. Dit staat voor Sleep Well At Night. Als zijn relaties met een gerust hart kunnen slapen, zonder dat zij zich druk hoeven te maken over hun financiën, is zijn doel bereikt. Een goed financieel plan geeft inderdaad rust,  de planner begeleidt bij het realiseren van financiële wensen en dromen en geeft ondertussen de mogelijkheid om te focussen op andere belangrijke zaken.

De juiste financieel planner vinden

Iedereen mag zich financieel planner noemen. Er zijn in Nederland wel een aantal mogelijkheden om een echte onafhankelijke financieel planner te selecteren.

Kennis:  Allereerst is er de 1 jarige financiële planningsopleiding op HBO niveau tot gecertificeerd financieel planner (FFP).  Met deze titel kan een financieel planner zich laten opnemen in het register FFP. Die verplicht zichzelf daarmee ook om jaarlijks bij te blijven en  studiepunten te behalen.  Dit komt meestal neer op 3 studiedagen per jaar.  Ten tweede is er een academische opleiding: de opleiding tot Master in Financial Planning (MFP). De Master in Financial Planning die zich heeft laten inschrijven in het Register MFP (RMFP) moet ook jaarlijks studiepunten halen. Dit betekent jaarlijks ook 3 dagen in de schoolbanken. Tot slot hebben we sinds 2010 in Nederland ook te maken met de internationale titel Certified Financial Planner (CFP). Tot op heden zijn het uitsluitend Register Masters in Financial Planning die na een examen de titel CFP mogen voeren. Ook een CFP-er moet zich ongeveer 3 studiedagen per jaar laten opleiden. Er wordt gekeken om ook FFP-ers toe te laten tot het internationale examen.

Beloning: In Nederland zijn veel financieel planners in dienst van banken. De planners in dienst van banken werken meestal niet op urenbasis, zijn niet onafhankelijk. Hoe integer ook, uiteindelijk worden zij betaald uit de producten, spaarrekeningen, beleggingsrekeningen en verzekeringen die bij of via de bank zijn of worden ondergebracht.  Een onafhankelijk financieel plan krijgt men dus niet bij een bank. En ook niet bij een tussenpersoon die op provisiebasis werkt.  Een onafhankelijk financieel planner mag immers niet afhankelijk zijn van het sluiten van producten. Daarmee zeg ik niet dat zo’n planner geen integer advies kan geven, maar onafhankelijk is hij niet.  Een leek heeft daardoor bij zo’n planner geen objectieve maatstaf om te beoordelen of advies echt in zijn belang wordt gegeven. Een aantal FFP-ers hebben zich verenigd in de Vereniging van Onafhankelijke Financieel Planners (VOFP). Zij werken op urenbasis, wat een belangrijke voorwaarde is voor onafhankelijk advies.