Tag: Eigen Beheer

Uitfasering eigen beheer – stappenplan

CASUS PENSIOEN IN EIGEN BEHEER NAAR ODV – PROCENTUELE VERDELING ODV

Stappenplan om de gedachten te bepalen

Dga (50) en vrouw (48) gehuwd in gemeenschap van goederen. DGA is gehuwd en is daarna zijn BV gestart en heeft daar pensioen in eigen beheer opgebouwd.

Per 01-01-2017.

Ouderdomspensioen opgebouwd              € 20.000,- (67)

Nabestaandenpensioen opgebouwd         € 14.000,-

Fiscale voorziening                                        € 125.000,-

Commerciële voorziening                            € 500.000,-

Het stel wil kiezen voor omzetting van het eigen beheer pensioen naar een ODV. Hoe zien de balansen er voor en na omzetting uit?

balans

Omzetting naar een ODV betekent een verandering van de vermogenspositie voor de DGA en de vrouw. Hoe houden we dit in balans?

Stappenplan om de gedachten te bepalen

Fiscaal moet de partner tekenen voor een omzetting naar een ODV of afkoop. Vanuit de zorgplicht moet de partner daarbij worden geïnformeerd over de rechten die zij had en de eventuele rechten die zij krijgt. Er is al snel een belangentegenstelling tussen partner en DGA. Als planner is het noodzakelijk bewust te zijn van deze belangen en relaties hierover te informeren. Stel dat de planner wordt verzocht de rechten van partijen in kaart te brengen en de verdeling met eventuele compensaties vast te stellen. Er is geen sprake van schenking als de partner (in geval van scheiding) gecompenseerd wordt voor wat zij verliest (in geval van scheiding).

Bepaal de aanspraken van de partner conform de wet VPS

Die worden in de basis bepaald door de Wet VPS. 50% van het tijdens huwelijk opgebouwd OP en 100% van het NP (bijzonder nabestaandenpensioen). Dus 10.000 OP en 14.000 NP.

! Bij huwelijks voorwaarden kan anders zijn bepaald. Check de huwelijks voorwaarden.

Stel de commerciële balans van de BV op. Leg de uitgangspunten vast.

De accountant stelt al dan niet met (externe) taxaties de waarde vast op € 250.000,-

Bereken de commerciële waarde van het pensioen

Bespreek de uitgangspunten:

Indexaties: 2% of is dat veel? / 2015 = 0,6% / Jaar 2011-2015 = gemiddeld 1,78

U-rendement?

Wat vinden partijen reëel? Offerte van een verzekeraar geeft natuurlijk een goed huidig beeld van het tarief 

Stel dat de commerciële waarde dan uitkomt op € 500.000,-

Is de volledige commerciële waarde van het pensioen ook aanwezig?

In dit geval is maar € 250.000,- aanwezig.

Waar had de partner bij scheiding op kunnen rekenen vóór omzetting?

Evenredigheid van de commercieel aanwezige waarde tot de commerciële waarde van het pensioen. € 250.000,- / € 500.000,- = 50% in het kader van de “postrelationele solidariteit”*.

* Uitspraak van Hof Den Haag in een civielrechtelijke zaak (Gerechtshof Den Haag, 18 juni 2014, nr. 105.012.193-01, ECLI:NL:GHDHA:2014:2744). Daarin heeft genoemd hof geoordeeld dat een tekort bij het PEB evenredig voor rekening van zowel de dga als zijn echtgenoot moet komen. Ook Hof Den Haag op 23 maart 2016 gedaan (Gerechtshof Den Haag,  nr. 200.173.543/01, ECLI:GHDHA:2016:1032)

Wat is de commerciële waarde van deze evenredige aanspraken? 

Zij heeft normaal recht op 10.000 OP + 14.000 NP. Stel dat de commerciële waarde hiervan € 300.000,- bedraagt.

Dit is wat zij krijgt als de hele commerciële waarde aanwezig is.

Dan krijgt zij nu 50% van deze waarde = € 150.000,-.

Hoe gaan ze de ODV verdelen? Huwelijksgoederen regime!

Ze zijn gehuwd in AGG. Door de omzetting naar ODV ontstaat er € 125.000,- EV in de BV. Bij scheiding zou zij recht hebben op de helft van de waarde (netto na AB 25%). De helft van het eigen vermogen is € 62.500,-. Zonder te rekenen met de fiscaliteit van het aandelenkapitaal  zou zij daar netto € 46.875,- extra aan overhouden.

De bruto waarde hiervan bij 30% (? – overeenkomen!) belastinglatentie over het pensioengeld straks is de bruto waarde € 67.000,-. Deze omgerekende bruto waarde zou zij bij scheiding krijgen op grond van de commerciële waarde van de onderneming na omzetting naar ODV.

Dan moet zij dus nog  € 150.000,- -/- € 67.000,- = € 83.000,- krijgen.  Hoeveel procent van de ODV is dat? Dit is € 83.000,- / € 125.000,- ODV = 66,4% van de ODV. Dit is de verdeling waarbij de vrouw na scheiding financieel in principe niets tekort komt.

Vastlegging

DGA en relaties komen overeen dat de vrouw 66,4% van de ODV krijgt toebedeeld.

De waarde hiervan is € 83.000,-. Dit moet netjes worden vastgelegd. Liefst via de notaris in de huwelijks voorwaarden. Dit zorgt ervoor dat:

  • Er een extra aangewezen beschermer van de rechten van de vrouw in het spel komt (zorgplicht)
  • Het briefje met de verdeling niet kwijt raakt.

Let op!

Gedeeltelijk verlies aan nabestaandenpensioen? Alternatieve risicodekking.

Testament? Is partner ook erfgenaam zodat zij de uitkeringen uit de ODV kan erven.

Wat bij huwelijks voorwaarden? Wat is afgesproken bij scheiding? Was er dan recht op pensioen (voor omzetting)? Wat is daar afgesproken over aanmerkelijk belang?

Zekerheid van de rechten? Bespreken welke zekerheden de vrouw opgeeft en wat zij daarvan overhoudt. Een aspect daarvan is: levenslang pensioen – 20 jaar ODV.

GROTE WIJZIGINGEN VERWACHT VOOR DE DGA MET PENSIOEN IN EIGEN BEHEER

De komende maanden wordt de brief van de staatssecretaris van Financiën Wiebes verwacht over zijn verdere plannen met het pensioen in eigen beheer van de directeur groot aandeelhouder (DGA).

Redenen voor de wijziging

Na alle verlagingen van de pensioenopbouw in 2014 en 2015 wordt het pensioen in eigen beheer waarschijnlijk verder aangepakt. Reden hiervoor is het steeds grotere beslag van de pensioentoezegging op het vermogen in de BV en de onmogelijkheid voor veel BV’s om nog dividend uit te keren aan de DGA. De hoogte van de pensioenvoorziening blokkeert al het vermogen van de BV. Dit helpt de economie niet. Verder is een reden dat de belastingdienst in de afwikkeling van de pensioenregeling nog wel eens naast het net vist. DGA heeft alle jaren belastingvoordeel genoten maar eenmaal in de uitkeringsfase is er weinig belastbaar vermogen over.  Daarnaast is in zijn algemeenheid de pensioenregeling door alle wijzigingen van de afgelopen jaren voor alle partijen te ingewikkeld geworden. De uitvoeringskosten worden steeds hoger. Het is zijn doel volledig voorbij geschoten. Jammer.

Verwachte nieuwe systematiek

Nog per 01-01-2016 zouden we, zo zijn de geopperde ideeën althans, nog naar een systeem toe gaan waarbij de DGA de keuze krijgt om zijn fiscale pensioenvoorziening om te zetten naar een Oudedags Bestemmings Reserve (OBR). Deze reserve staat op de balans, wordt niet opgerent en kent geen verschil in fiscale en commerciële waarde. De pensioensystematiek, “de toezegging van een jaarlijkse uitkering”, wordt verlaten en er blijft alleen een reserve over die op pensioendatum lineair in bijvoorbeeld 15 tot 20 jaar zal vrijvallen.

Voorbeeld

Een BV heeft per 01-01-2016 een pensioen opgebouwd van € 20.000,- per jaar uit te keren vanaf pensioendatum en met een fiscale voorziening van  € 150.000,- en met een commerciële waarde van € 450.000,-. Per 01-01-2016 krijgt de DGA de keuze om te gaan naar de OBR. Hij en zijn partner tekenen daarvoor. De BV neemt op de balans € 150.000,- op als OBR in plaats van als pensioenvoorziening eigen beheer. Deze € 150.000,- wordt verder niet opgerent.

De DGA krijgt waarschijnlijk wel de mogelijkheid om een bepaald percentage van zijn salaris (15%?) jaarlijks toe te voegen aan de OBR. Stel dat deze DGA dat niet doet, dan staat er op pensioendatum nog steeds € 150.000,-. Deze laat hij in 15(?) jaar vrijvallen. Dus jaarlijks keert de BV dan € 10.000,- aan de DGA uit waarover de DGA inkomstenbelasting gaat betalen. Een jaar na pensioendatum bedraagt de voorziening dan nog € 140.000,-.

Tot aan pensioendatum krijgt de DGA, zo is althans het idee, grote vrijheid om te doen en laten met het vermogen van de BV wat hij wil. Bij te weinig middelen op en na pensioendatum om gedurende 15 jaar € 10.000,- uit te keren zal wel een sanctie optreden. Dan is waarschijnlijk de overgebleven reserve ineens belast in de inkomstenbelasting en met revisierente.

Uit het oogpunt van de eenvoud en flexibiliteit kunnen DGA’s naar verwachting goed met het bovenstaande voorstel uit de voeten.

Goedkeuring partner?

Het probleem van deze mogelijkheid zit hem er wellicht nog in dat een fiscale goedkeuring op deze methode nog geen civielrechtelijke goedkeuring tussen partijen met zich meebrengt. Wat als de (ex) partner van de DGA niet zomaar afstand wil doen van het feit dat de BV eigenlijk een grotere pensioenverplichting had aan DGA en ex-partner en de ex partner niet akkoord gaat met de verlaging van de toekomstige uitkeringen. Het ziet ernaar uit dat de DGA dan zijn oude aanspraken in het oude systeem van pensioen in eigen beheer moet handhaven en niet over kan naar het hopelijk beter uitvoerbare systeem van de OBR.  Toekomstige opbouw zal echter naar verwachting niet langer mogelijk zijn.

We wachten vol spanning af.